Contents | Index | Previous | Next

  1. 8 Lengte zoogperiode

Rekenregel

Lengte zoogperiode =

SOM {speendatum – werpdatum} /

Aantal gespeende zeugen in de ingestelde periode

Opmerkingen

In het getal worden alleen de zeugen die in de ingestelde periode gespeend zijn.

Als na het spenen bij de zeug nieuwe biggen bijgelegd worden (pleegzeug) wordt de speendatum van de bijgelegde biggen aangehouden.

Voorbeeld

In het overzicht:

Dieradministratie > controlelijsten > spenen

Zijn de speen- en werpdatums te vinden

Voor de periode 01-05-2002 t/m 31-05-2002

Zeug
Werpen
Spenen
Bijleggen
Spenen
Periode

  1. jan
29-jan


28

2-apr
27-apr


25

  • apr
  • 4-mei
    1. mei
    29-mei
    55

    In de periode 01-01-02 t/m 31-05-02 zijn de zeugen 1,2 en 3 gespeend. Zeug 1 en 2 zijn niet meer als pleegzeug ingezet en hebben dus een normaal aantal zoogdagen. Zeug 3 is echter wel als pleegzeug ingezet en wordt dus voor de tweede keer gespeend op 55 dagen. Dit is ook het aantal dagen in de zoogperiode van die zeug.

    28

    25

    55 +

    108 / 3 = 36

    Het getal wordt in de vorm XX,X weergegeven in de overzichten.

    De gemiddelde lengte van de zoogperiode is dus 36,0 dagen