Contents | Index | Previous | Next

Berekening voerkengetallen

Uitgangspunten

Voor de berekening van de voerkengetallen zijn basisgegevens nodig met betrekking tot de aanvoer van voer en de voervoorraad op begin- en einddatum.

De basisgegevens bij de aanvoer van voer zijn:

- datum aanvoer;

- voergroep;

- hoeveelheid in kg met een droge stofpercentage (% ds) van 88%;

- ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen/mengvoer;

- EW gehalte voergroep biggen en vleesvarkens;

- kosten incl. BTW.

De basisgegevens bij de bepaling van de voorraad op begin- en eindbalans zijn:

- voergroep;

- hoeveelheid op beginbalans in kg met een % ds van 88% van;

- ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen/mengvoer;

- EW op beginbalans voergroep biggen en vleesvarkens;

- prijs op beginbalans;

- hoeveelheid op eindbalans in kg met een % ds van 88%

- EW op eindbalans voergroep biggen en vleesvarkens;

- prijs op eindbalans.

Binnen de uniformeringsafspraken wordt het begrip voergroep gebruikt. Voergroep kan zijn de technische of commerciële voergroep. Voor de technische voergroep zijn er drie mogelijkheden: de voergroep zeug, de voergroep big en de voergroep vleesvarken. Onder de technische voergroep zeug wordt verstaan al het voer dat bestemd is voor zeugen, opfokzeugen, beren en bij de specifieke zeugenbedrijven voor overige varkens. Onder de technische voergroep big hoort al het voer dat bestemd is voor biggen. Onder de technische voergroep vleesvarken hoort al het voer dat bestemd is voor vleesvarkens. De commerciële voergroep big bevat alle biggenvoeders, ongeacht welke diercategorie het verbruikt. De commerciële voergroep zeug bevat alle zeugenvoeders ongeacht welke diercategorie het verbruikt. De commerciële voergroep vleesvarken bevat alle vleesvarkensvoeders, ongeacht welke diercategorie het verbruikt. Het onderscheid in technische en commerci le voergroep staat ook weergegeven in “Voergroepen". De commerciële voergroep is voor externe bedrijfsvergelijking niet van belang. Bij de uniformeringsafspraken wordt alleen gewerkt met technische voergroepen. Wanneer in deze bijlage wordt gesproken van voergroep dan is dat in de zin van de technische voergroep.

Er wordt uitgegaan van het feit dat door het systeem op enige wijze de toewijzing van de verschillende voersoorten aan de voergroepen wordt uitgevoerd, dan wel dat bij invoer van het aangevoerde voer in het systeem de toewijzing plaatsvindt.

Bijvoorbeeld: er wordt een hoeveelheid biggenvoersoort (situatie a) of startvoersoort (situatie b) aangevoerd, welke (voor een deel) voor de opfokzeugen bestemd is. Dit deel moet worden toegewezen aan de voergroep zeug. De situatie kan ook andersom zijn. Er lopen in de administratieve eenheid vleesvarkens opfokzeugen die biggenvoer verbruiken mee (situatie c). Het voer voor die dieren moet dan onder de voergroep vleesvarkens worden geboekt.

Deze toewijzing kan op verschillende manieren plaatsvinden:

  1. Bij het invoeren van de aanvoer van het betreffende voer wijst de varkenshouder direct een deel toe aan de voergroep zeug (situatie a en b) respectievelijk de voergroep vleesvarkens (situatie c).

  2. Periodiek wordt het verbruik van het voer door opfokzeugen (door het systeem) toegewezen aan de voergroep zeug (situatie a en b) of aan de voergroep vleesvarkens (situatie c). Een deel van de voergroep biggen of vleesvarkens wordt getransformeerd naar de voergroep zeug (situatie a en b) respectievelijk een deel van de voergroep biggen wordt getransformeerd naar de voergroep vleesvarkens (situatie c).

  3. Een bepaalde (ingestelde) hoeveelheid biggenvoer per aangevoerde jonge opfokzeug (situatie a en b) wordt (door het systeem) toegerekend aan de voergroep zeugen.

  4. Een bepaalde (ingestelde) hoeveelheid biggenvoer per dag wordt voor een bepaalde duur per aangevoerde jonge opfokzeugen (door het systeem) toegerekend aan de voergroep zeugen (situatie a en b).

Bij het balansen moet de balans altijd opgemaakt worden ten aanzien van de technische voergroep.

Voor het berekenen van de uniforme voerkengetallen wordt uitgegaan van de hoeveelheid verbruikt voer op basis van 88% ds. De totale hoeveelheid aangevoerd product met het bijbehorende droge stofpercentage wordt door het managementsysteem op enige wijze omgerekend naar een hoeveelheid product op basis van 88% droge stof. De omrekening komt binnen de uniformeringsafspraken verder niet aan de orde. Bij het berekenen van de uniforme kengetallen wordt met de hoeveelheid product op basis van 88% droge stof verder gewerkt bij het berekenen van de voeropname per diercategorie.

Het in aparte kengetallen weergeven van enerzijds "mengvoer" en anderzijds "ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen" heeft voor externe bedrijfsvergelijking binnen de zeugenhouderij weinig zin. Voor een goede vergelijking zouden dan ook zaken als EW van het voer en voerprijs bekeken moeten worden in relatie tot de samenstelling van het rantsoen. Wel wordt aangegeven in welke verhouding er gebruik gemaakt is van enerzijds mengvoer en anderzijds ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen.

Voerprijs en voerkosten

De voerkosten per diercategorie worden berekend door het voerverbruik (naar 88% ds) te vermenigvuldigen met de gemiddelde voerprijs (naar 88% ds).

De gemiddelde voerprijs van een voergroep is een gewogen gemiddelde (verbruikte hoeveelheid * prijs / totale verbruikte hoeveelheid, zie kader 1 voor een voorbeeldberekening) van het in de periode verbruikt voer dat is toegewezen aan die voergroep. Dit betekent dus bijvoorbeeld dat een hoeveelheid van een biggenvoersoort die is verbruikt bij de voergroep zeugen ook met bijbehorende voerprijs in de berekening bij voergroep zeugen moet worden meegenomen.

Bij het berekenen van de voerprijs van het verbruikte voer in periode wordt gewerkt met de voerprijs van het werkelijk verbruikte voer. Dit betekent dat van de voervoorraad op de balans ook de werkelijke voerprijs moet worden meegenomen. Dit kan bepaald worden door de balansopgave door de varkenshouder per voersoort te laten doen en op basis daarvan binnen het programma met de prijs van de laatste aankoop de waarde te bepalen. Het is ook mogelijk dat de varkenshouder de balans opgeeft per technische voergroep, inclusief een prijs voor de totale voorraad binnen die technische voergroep. Met name binnen deeladministraties zal dit gebruikelijk zijn.

Bij een startende registratie kan de balans op twee manieren worden opgesteld:

- Er wordt gehandeld alsof er sprake is van een levering van voer, waarbij de hoeveelheid en de prijs van het op beginbalans aanwezige voer wordt ingevoerd als aankoop.

- De aanwezige hoeveelheid wordt met bijbehorende prijs als beginbalans ingevoerd.

Voor de bepaling van de voerkosten wordt gewerkt met de gemiddelde voerprijs van de voergroep, welke gebaseerd is op een gewogen gemiddelde van het werkelijke verbruikte voer in periode.

Zo wordt voor de bepaling van de voerkosten van het door (opfok)zeugen, (opfok)beren of eventueel overige varkens verbruikte voer gewerkt met de gemiddelde voerprijs van de voergroep zeugen.


Kader 1 Voorbeeld bepalen van gewogen gemiddelde

Voersoort A: 1000 kg * € 0,30

500 kg voergroep zeugen

100 kg voergroep biggen

400 kg voergroep vleesvarkens

Voersoort B: 500 kg * € 0,25

400 kg voergroep zeugen

100 kg voergroep biggen

Voersoort C: 500 kg * € 0,20

100 kg voergroep biggen

400 kg voergroep vleesvarkens

Prijs ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen (alle voergroepen)

= (1000 * € 0,30 + 500 * € 0,25 + 500 * € 0,20) / 2000 kg = € 0,2625

Prijs ruwvoer en enkelvoudige voedermiddelen voergroep zeugen plus voergroep biggen

= ((500 + 100) * € 0,30 + (400 + 100) * € 0,25 + 100 * € 0,20) / 1200 kg = € 0,2708


.gif Terug