Contents | Index | Previous | Next

Brandstof + strooisel, diverse kosten

teller: (som van de uitgaven in de periode voor fossiele brandstoffen + som van de uitgaven in de periode voor strooisel)

noemer: 1

eenheid: euro

format: numeriek 321

- opmerkingen: Brandstofkosten: alle kosten van brandstof. Bij olie en propaangas met begin- en eindvoorraad werken. Het verbruik is dan te bepalen volgens: beginvoorraad + aangekocht -/- eindvoorraad.

- Strooiselkosten: de uitgaven moeten in de desbetreffende periode geboekt worden. Een eventuele correctie moet plaatsvinden als de voorraadverschillen groot zijn. Eigen stro / strooisel moet gewaardeerd worden tegen de marktconforme prijs.

- Als de woning in de verwarmingskosten is meegenomen, dan moet er € 980,- ( = Landelijke Landbouwnormen 2003, voor andere jaren kan een andere norm gelden) in mindering gebracht worden, zowel bij aardgas als bij oliestook. Bij extra hoge of lage kosten in de woning moet zelf de norm rond de aftrekpost bepaald worden.

- De periodelengte is als volgt te berekenen: einddatum ingestelde periode -/- begindatum ingestelde periode + 1.

- Wanneer andere (niet-vleesvarkenshouderij) bedrijfsonderdelen in de verwarmingskosten zijn meegenomen, moet daarvoor een (norm)bedrag in mindering gebracht worden.

- De kosten per dier voor brandstof en strooisel kunnen ook apart van elkaar berekend worden:

o o Voor brandstof (425): (som van de uitgaven in de periode voor fossiele brandstoffen * 365) / (“Gemiddeld aantal aanwezige vleesvarkens” (#301#) * periodelengte)

o o Voor strooisel (427): (som van de uitgaven in de periode voor strooisel * 365) / “Gemiddeld aantal aanwezige vleesvarkens” (#301#) * periodelengte

Periode 01-01-2003 t/m 31-03-2003

Uitgaven voor brandstof = € 505,48

Uitgaven voor strooisel = € 500

Brandstof + strooisel =

505,48 + 500,00 =

  1. 005,48

Afgerond is dit € 1.005.

.gif Terug